Van politiekonvooien tot onderhandelde zitjes op regeringsvliegtuigen

De uitbraak van COVID-19 begin 2020 legde het internationale personenverkeer lange tijd stil. Lokale coronapieken zouden ook de rest van het jaar roet in het eten blijven gooien. Wat doe je dan als groep met iets meer dan 200 projecten in alle uithoeken van de wereld? “Meteen actie ondernemen”, zegt Katleen De Geyter, HR Manager bij Jan De Nul. Samen met collega en preventieadviseur Tiny Aerts zorgde ze er met creatieve oplossingen voor dat alle crewwissels veilig konden doorgaan. Een blik achter de schermen.

Wat dacht u toen bleek dat COVID-19 geen vals alarm was?

Katleen De Geyter, HR Manager: “Het virus ging razendsnel van een lokaal naar een regionaal en uiteindelijk een globaal probleem. Een donderslag bij heldere hemel, zeg maar. Iedereen werd in snelheid gepakt. Ik ben al meer dan 20 jaar actief bij Jan De Nul en deze pandemie is ongetwijfeld de grootste uitdaging waar we al mee te maken kregen. Maar we bleven niet bij de pakken zitten.”

Tiny Aerts, QHSSE Advisor: “De twee hoofdprioriteiten waren meteen duidelijk. Het virus weghouden uit onze schepen en werven, én iedereen op tijd aan het werk of bij hun familie krijgen. Vooral dat laatste leverde veel spannende en ook ontroerende momenten op.”

Hoe kregen jullie die crewwissels voor elkaar?

Katleen: “Met veel creativiteit, doorzettingsvermogen en samenwerking. Zo richtten we een interne taskforce op om per project te bekijken welke escape routes er mogelijk waren. Vliegtuigen charteren, langeafstandsbussen inleggen, ministeries benaderen en coronakits opsturen: het behoorde allemaal tot ons nieuwe takenpakket. Dat leverde soms spectaculaire taferelen op. De eerste crewwissel in Uruguay gebeurde bijvoorbeeld onder zware politiebegeleiding.”

Wat was de grootste moeilijkheid?

Tiny: “De continu veranderende nationale richtlijnen. Wat de ene keer werkte, kon de volgende keer niet meer. En lastminutewijzigingen waren meer regel dan uitzondering. Samen met onze lokale expats en business development managers was het vaak een race tegen de tijd om alles rond te krijgen. We schuwden daarbij geen enkele uitdaging.”

Katleen: “Inderdaad. Zo contacteerden we op een bepaald moment zelfs de vice-president van Ghana om toestemming te vragen om onze charter op het grondgebied te laten landen of klopten we aan bij buurlanden, zoals Nederland en Frankrijk, om onze mensen op hun regeringstoestellen te zetten – ook al waren ze geen burgers van die landen.”

Welk verhaal zullen jullie niet snel vergeten?

Tiny: “Mensen die je net op tijd thuis krijgt voor een geboorte, huwelijk of begrafenis vergeet je niet snel. Zo was er een Belgische collega die amper enkele dagen na terugkomst zijn jongste spruit mocht verwelkomen in de kraamkliniek.”

Katleen: “Ik onthoud vooral de teamgeest. Niet klagen over alweer een nieuw obstakel, maar daadkrachtig optreden en allemaal aan hetzelfde zeel trekken. Want we waren pas gerust als onze mensen effectief aan boord waren of op het vliegtuig zaten. Als je dan ’s avonds nog een berichtje of foto krijgt van collega’s aan de andere kant van de planeet met ‘Het is gelukt!’ geeft dat heel veel voldoening. Het heeft ons als groep dichter bij elkaar gebracht.”