Jan De Nul doopt offshore installatieschip Taillevent

Jan De Nul Group gaf vandaag zijn nieuwste offshore installatieschip in de haven van Oostende een nieuwe naam: Taillevent. Juffrouw Pauline Stassijns, kleindochter van bestuurder Dirk De Nul, doopte het schip en wenste het veel succes en een behouden vaart. De doopceremonie werd bijgewoond door de familie De Nul, medewerkers en hun professionele relaties.

Op 18 juli 2018 ondertekende Jan De Nul Group de overname van dit offshore installatieschip, op dat moment nog de MPI Discovery, uit de vloot van het Nederlandse bedrijf Vroon Group. De Taillevent, gebouwd in 2011, is speciaal ontworpen om offshore windturbines en hun funderingen te transporteren en te installeren, maar kan ook perfect ingezet worden in andere offshore sectoren, zoals de olie- en gasindustrie. Kenmerkend voor dit type schepen is dat ze uitgerust zijn met ‘spudpalen’, verticale poten die het schip uit het water kunnen tillen om stabiel te kunnen werken. De Taillevent heeft zes spudpalen, is 140 meter lang en kan in waterdieptes tot 40 meter opereren. Verder is dit installatieschip voorzien van een hijskraan met een hijsvermogen van 1.000 ton en een hulpkraan van 50 ton.

Onder de aanwezigen in Oostende was ook Bart Tommelein, Viceminister-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Begroting, Financiën en Energie, die als ondersteuner van groene stroomproductie de genodigden toesprak: “De offshore sector is belangrijk voor onze Belgische economie. Duizenden jobs zijn direct of indirect verbonden aan de bouw en het onderhoud van windturbines op zee. Niet alleen in ons land, maar ook wereldwijd. Met de inhuldiging van de Taillevent van Jan De Nul Group wordt daar nog een nieuwe kracht aan toegevoegd. Dat kan ik alleen maar toejuichen in het kader van de omslag naar hernieuwbare energie.”

Investeren in een tweede installatieschip voor windturbines op zee

Jan De Nul zet hard in op zijn offshore windactiviteiten en kan de sector een betrouwbare oplossing voor baanbrekende projecten aanbieden.

Philippe Hutse, Offshore Director bij Jan De Nul Group: “De voorbije tien jaar hebben we veel geïnvesteerd in personeel, expertise en materieel specifiek voor onze offshore activiteiten. Zo kochten we in 2015 de Vole au vent en afgelopen zomer de Taillevent aan voor de installatie van windparken op zee. Intussen werkt ook onze nieuwbouwafdeling aan een verdere uitbreiding van de vloot. Deze investeringen zijn essentieel voor onze groei.”

Jan De Nul Group voerde al verschillende offshore windprojecten uit in België, het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Denemarken, Finland en Duitsland. En dit voorjaar won Jan De Nul zijn eerste offshore windprojecten buiten Europa: namelijk het ontwerpen en bouwen van de offshore windparken Changhua en Formosa 1 Fase 2, de eerste offshore windparken in Taiwan. Meer bepaald in België bouwde Jan De Nul in 2016 het Nobelwindpark met 50 turbines van elk 3,3MW en zal in 2019 starten met de bouw van het Northwester 2 windpark met 23 turbines van elk 9,5MW, ’s werelds grootste windturbines op zee.

Peter De Pooter, Manager Offshore Renewables bij Jan De Nul Group: “De Taillevent is complementair aan onze Vole au vent en zal ervoor zorgen dat we onze expertise in offshore windenergie nog verder kunnen uitbouwen. Nu we twee offshore installatieschepen in onze vloot hebben, kunnen we de sector nog beter en sneller bedienen. We kunnen reeds bogen op een aantal zeer mooie referenties binnen Europa en kijken met enthousiasme en vol vertrouwen vooruit.”

Het verhaal achter de naam Taillevent

Ieder schip is uniek, op maat gemaakt en heeft een eigen naam. Zo ook de Taillevent. Het bedenken van een naam is een proces, een bewuste keuze. Reeds bij de naamgeving van zijn eerste schip liet Jan De Nul zich inspireren door de geschiedenisboeken. De scheepsnamen verwijzen allemaal naar belangrijke historische figuren: ontdekkingsreizigers, belangrijke wetenschappers, creatieve ingenieurs, pionierende cartografen, baanbrekende artiesten en architecten, allen met een gemeenschappelijk kenmerk: de kunst en de passie voor innovatie en vooruitgang.

Ook vandaag viert Jan De Nul Group een opmerkelijk figuur uit het verleden: Taillevent. In Google geeft deze naam als eerste zoekresultaat een tweesterrenrestaurant met legendarische wijnkelders in Parijs. Wie nog even verder scrollt, begrijpt dat deze naam voor het restaurant niet zomaar werd gekozen. Taillevent was namelijk een prominente chefkok uit de Franse culinaire geschiedenis.

Taillevent. Zo een alias moet je verdienen. Guillaume Tirel, de veertiende eeuwse Bocuse, kreeg deze bijnaam al van jongs af als keukenhulp. Taillevent betekent letterlijk een ‘wind-snijder’ en deze naam dankte hij aan de snelheid waarmee hij door de keuken flitste.

Guillaume Tirel, Taillevent voor de vrienden, zag in 1310 in een Normandisch dorp het levenslicht. Op zestienjarige leeftijd ging Tirel als keukenhulpje in dienst aan het hof van koningin Jeanne d’ Evreux. Zijn carrière kende snel een grote vlucht: van ‘queux’ (chefkok) voor de Franse royalty, over ‘premier queux’ tot ‘first squire’ voor álle koninklijke keukens. Tirel bracht zo goed als zijn hele leven door aan de fornuizen van het Franse hof. Maar liefst drie Franse koningen en hun prominente gasten werden door hem culinair in de watten gelegd: Filips IV, Karel V en Karel VI.

Het was onder Filips IV dat Taillevent de voorkeur van het Franse hof voor sterke Bourgogne en Zuid Franse wijnen beïnvloedde. Bovendien hechtte hij –tot grote vreugde van de royals – heel veel belang aan de juiste combinatie van rode wijnen met specifieke smaken en gerechten.

Rond 1380 schreef Taillevent een van de oudste en meest invloedrijke kookboeken van Frankrijk: ‘Le Viandier’. Dit boek wordt als de basis van de gerenommeerde Franse gastronomische traditie beschouwd. De invloed van ‘Le Viandier’ is niet alleen merkbaar in heel wat latere kookboeken, maar is ook van heel groot belang voor gastronomische historici.

‘Le Viandier’ bracht de middeleeuwse keuken van het Franse hof in kaart. Niet alleen vleesgerechten, zoals de naam doet vermoeden want ‘viande’ in het middeleeuwse Frans betekende ‘alle etenswaren’. Het was dus een écht kookboek... maar dan wel eentje met enkele – voor ons vandaag – heel ongewone recepten. Zwaan, ooievaar, pauw of reiger... – het kwam mooi uit Taillevents keuken! Tirels verzameling recepten zette de toon voor de (middeleeuwse) haute cuisine: het juiste gebruik van kostbare kruiden als saffraan, gember, peper en kaneel; vlees en vis tijdens de bereiding van sauzen apart houden én tenslotte had hij ook al oog voor de presentatie van gerechten. Met een palet van kleuren op basis van spinazie, saffraan of bloemen ‘schilderde’ hij meesterwerkjes uit de keuken op vergulde en zilveren dienbladen.

Je eet met je ogen én de liefde gaat door de maag. Niet? Taillevent had dit als geen ander begrepen en verdiende door zijn professionele kwaliteiten ongelofelijk veel respect bij de meest machtige personen uit zijn tijd. Karel VI verhief hem tot de adelstand en zo werd Taillevent “Meester van de koninklijke keukens”.

Taillevent overleed op de respectabele leeftijd van 85 jaar.