Voltaire haalt Dogger Bank Wind Farms binnen

Dogger Bank Wind Farms, het grootste offshore windturbinepark ter wereld, is blij dat Jan De Nul’s Voltaire zal instaan voor de uitvoering van het project. De Voltaire, het nieuwe offshore jack-up installatieschip van Jan De Nul Group met een hefvermogen van meer dan 3.000 ton en hoger dan de Eiffeltoren, is het grootste in zijn soort. De Voltaire zal de grootste offshore windturbines, de GE’s Haliade-X, voor de Dogger Bank-windturbineparken transporteren en installeren. Dogger Bank, dat op zo’n 130 km voor de kust van Yorkshire ligt, zal jaarlijks voldoende energie genereren voor 4,5 miljoen gezinnen – ongeveer 5% van de elektriciteitsbehoeften van het Verenigd Koninkrijk.

De aankondiging van vandaag markeert het eerste contract voor de Voltaire, dat in 2022 in de vaart komt. Het schip, genoemd naar de Europese verlichtingsfilosoof, wordt uitgerust met een uiterst geavanceerd filtersysteem voor uitlaatgassen bestaande uit een selectief katalytisch reductiesysteem (SCR) en een dieselpartikelfilter (DPF), en zal daarmee het eerste offshore installatieschip met extreem lage emissies zijn.

Philippe Hutse, Offshore Director bij Jan De Nul Group: “We zijn zeer tevreden dat we de nieuwste generatie windturbines voor het Dogger Bank-park mogen transporteren en installeren. De omvang van dit reusachtige project past perfect bij de capaciteiten van onze Voltaire. Het geeft aan dat een nieuw tijdperk in de bouw van offshore windturbineparken aanbreekt. We zijn trots dat we samen het voortouw mogen nemen en deel mogen uitmaken van het baanbrekende Dogger Bank.”

Paul Cooley, Directeur Investeringsprojecten bij SSE Renewables: “Dogger Bank is een toonaangevend project voor de sector en we zijn, samen met onze partner Equinor, bijzonder verheugd dat we een ander toonaangevend bedrijf binnen onze sector, Jan De Nul Group, hebben kunnen aantrekken voor de ontwikkeling van het grootste offshore windturbinepark ter wereld."

Halfdan Brustad, Vicevoorzitter van het Dogger Bank-windturbinepark bij Equinor: “Dogger Bank is toonaangevend voor de offshore windenergiesector. Wij en SSE Renewables zijn ervan overtuigd dat we met Jan De Nul’s grensverleggende schip onze sector een boost zullen geven en haar concurrentievermogen zullen versterken.”

Steve Wilson, Projectdirecteur van het Dogger Bank-windturbinepark: “Jan De Nul Group heeft een bewezen staat van dienst voor het transport en de installatie van de nieuwste generatie offshore windturbines. Dogger Bank zal het bewijs leveren van de vaardigheden en expertise van al onze partners binnen de leveringsketen. We zijn blij om ook Jan De Nul Group mee aan boord te hebben. De meest innovatieve windturbines die vandaag op de markt beschikbaar zijn, zullen door het grootste hefeiland ter wereld geïnstalleerd worden.”

Het Dogger Bank project heeft via de recentste editie van het Britse subsidieveilingsysteem contracten vastgelegd voor een totale capaciteit van 3.6 GW.

 

De drie windturbineparken van Dogger Bank Creyke Beck A, Creyke Beck B en Teesside A werden aan ongezien lage prijzen toegewezen. De definitieve investeringsbeslissing voor het project wordt in 2020 verwacht. SSE Renewables zal de ontwikkeling en constructie van de Dogger Bank-windturbineparken opvolgen. Equinor zal de operaties zelf opvolgen.

Over de Dogger Bank-windturbineparken

  • Een 50/50-joint venture tussen Equinor en SSE Renewables
  • De vergunning werd toegekend in 2015.
  • Gelegen in de Noordzee, ongeveer 130 km voor de kust van Yorkshire.
  • De waterdieptes variëren tussen 20m en 35m.
  • Elk turbinepark zal een geïnstalleerd vermogen hebben van 1,2GW en 1,5 miljoen huizen van energie kunnen voorzien. Samen kunnen de projecten ongeveer 5% van de geschatte elektriciteitsvraag van het Verenigd Koninkrijk afdekken.
  • Het eerste turbinepark zal naar verwachting in 2023 operationeel zijn.
  • De windturbinegeneratoren zullen op monopijlerfunderingen geïnstalleerd worden.
  • Omwille van de grote afstand tot het netaansluitpunt zal voor het transmissiesysteem een hoogspanningsgelijkstroomsysteem (HVDC) gebruikt worden.
  • Het ‘Contract for Difference’ subsidieschema heeft een looptijd van 15 jaar met indexaanpassingen in functie van de inflatie. Daarbij zal een vaste elektriciteitsprijs betaald worden voor elke MWh die door de windturbineparken tijdens de looptijd van het contract geproduceerd zal worden. Na afloop van het ‘CfD’-contract zullen de projecten de marktprijs voor elektriciteit krijgen.

 

 

 

Over SSE Renewables

SSE Renewables is leider in hernieuwbare energie in het Verenigd Koninkrijk en Ierland, met een portfolio van ongeveer 4GW aan onshore en offshore windenergie en waterkracht. De onderneming maakt deel uit van het op de FTSE-beurs genoteerde SSE Plc. Haar missie is het aansturen van de overgang naar een klimaatneutrale toekomst via de ontwikkeling, bouw en uitbating van eersteklas hernieuwbare energiebronnen.

SSE Renewables bezit ongeveer 2GW aan onshore windenergiecapaciteit met nog eens 1GW dat momenteel in ontwikkeling is. Haar waterkrachtportefeuille van 1.450 MW omvat onder andere pompaccumulatiecentrales (300MW) en flexibele waterkrachtcentrales (750MW). Haar offshore windenergieportfolio is goed voor 580MW, verdeeld over drie offshore sites. Twee van deze sites baat ze namens haar joint-venturepartners uit. SSE Renewables heeft in het Verenigd Koninkrijk en Ierland de grootste portefeuille aan offshore windenergieontwikkelingsprojecten, goed voor ruim 7GW.

Over Equinor

Equinor ontwikkelt zich als een breed energiebedrijf en werkt aan de uitbouw van een belangrijke positie binnen de hernieuwbare energiesector. Equinor levert momenteel aan meer dan één miljoen woningen hernieuwbare offshore windenergie vanuit vier offshore windturbineparken in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Equinor bouwt ook belangrijke offshore windenergieclusters in het Verenigd Koninkrijk, het noordoosten van de Verenigde Staten en de Baltische staten. De onderneming gaf in 2017 de opdracht voor ‘s werelds eerste drijvende offshore windturbinepark voor de kust van Schotland en plant bijkomende drijvende windenergiefaciliteiten in diverse regio’s, onder andere in het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Azië.